Rindert Brandsma (Xo)

Geboortedatum: 
24 december 1917
Geboorteplaats: 
Joure
Sterfdatum: 
29 juli 2004
Sterfplaats: 
Veenendaal

Rindert Brandsma (Xo) is de jongste zoon van Gooitzen Lykeles Brandsma (IXad) en Antje Bruinenberg.

Rindert wordt geboren in het arbeidershuisje aan 't Zand 59 in Joure. Zijn oudere zus Marie schrijft daar later over:

Rindert kwam midden in de winter. Toen die op komst was, werd ik 's nachts op de arm van Hait naar Beppe Makke gedragen, die vlakbij ons woonde. Bij Beppe, die met een witbonte "zakdoek" om het hoofd in een bedstede lag te slapen, werd ik neergelegd. Ik was stervensbang voor haar in deze situatie en kon niet goed in slaap komen.


Rindert ongeveer 1 jaar oud (1918)

Rindert bezoekt de Bewaarschool in de Midstraat en later de Armenschool op 't Zand. Hij speelt veel buiten met zijn broer Lykele en vriendjes.


Rindert (midden) met vriendjes op het land van boer Hosper

In 1930 gaat Rindert samen met Lykele naar de openbare MULO aan de Harddraversdijk. Na één jaar blijft Lykele zitten en verlaat de school. Rindert gaat verder, maar blijft in het tweede leerjaar zitten. Er prijken maar liefst twaalf onvoldoendes op zijn rapport. Van zijn ouders krijgt hij de kans het jaar over te doen. Het jaar daarop gaat het van een leien dakje en in 1934 behaalt Rindert het diploma MULO-A. 


Rindert en Lykele op de MULO (1930 - 1931)

Met het MULO-diploma op zak lukt het Rindert niet om werk te vinden. Hij werkt enkele maanden bij tuinder Arend de Wreede.

Van 5 oktober 1936 tot 19 maart 1937 vervult Rindert zijn dienstplicht bij het 1e Regiment Infanterie Specialisten Compagnie te Assen.


Militaire dienst in Assen (1936 - 1937)

Als Rindert Brandsma in maart 1937 uit dienst komt, probeert hij werk te vinden. Het zijn de crisisjaren en het lukt hem niet. Een half jaar lang werkt hij als volontair bij een accountant in Heerenveen. Zijn enige verdienste is een dagelijks glas melk bij zijn brood. Rindert vindt het geen leuk werk en moet uiteindelijk weg. In zijn boek Herinneringen uit mijn leven schrijft hij:

Gelukkig was er in Bakkeveen een Volkshogeschool. Van de Coöperatie kreeg ik de kans daar een paar weken naartoe te gaan. Samen met een jongen uit Lemmer op de fiets erheen. Daar had ik een mooie tijd.
Ik ontmoette daar Oom Jarig van der Wielen en zijn neef, de latere
Dr. Van der Wielen en ook de latere Prof. Dr. Reiling. 's Morgens werkten we wat op het veld of aan de wegen en 's avonds waren er sprekers. Het was dan ook een soort studiecursus. 's Zondagsmorgens hield Oom Jarig altijd een praatje. Dan waren sommigen naar de kerk. Daarna dronken we met elkaar koffie. Er werd veel gezongen, allemaal leuke kampliedjes. Een jaar later ben ik er nog eens een paar maanden geweest. Toen heette het een werkkamp. Ik kreeg er ook wat zakgeld: f. 1,75 in de week.
Er werd toen al veel aan buurthuiswerk gedaan. De streek was erg arm. De grond bestond uit zand met veel oer erin. Er woonden alleen maar keuterboertjes. Voor bemesting van de grond verbouwden ze lupine.
Die plant heeft aan zijn wortels stikstofbolletjes. Later kwam er in Heerenveen een Centrale Werkplaats, zoals die heette. Jonge werklozen konden daar heen om een vak te leren, of om zich te laten omscholen. Je kreeg er wat zakgeld.


Rindert Brandsma in Bakkeveen (zittend in het midden voor de staande mannen)

Eind augustus 1939 kondigt de Nederlandse regering de mobilisatie af. Rindert Brandsma heeft na jaren van werkloosheid een baan gevonden bij Siemens in Leeuwarden, maar wordt ook opgeroepen. Hij pakt zijn plunjezak en meldt zich bij de kazerne in Assen. Daar ziet hij zijn oude maats weer terug. Via Utrecht trekt zijn onderdeel naar Hillegom en vervolgens naar Lisse.

Hij en zijn maats worden ondergebracht in een gevorderde burgerwoning in Lisse. Als ze het dorp verkennen, worden ze door een meisje uitgenodigd koffie te komen drinken. Ze komen terecht bij de familie Batenburg. Het is een ontmoeting die Rinderts leven drastisch zal veranderen. Hij ontmoet er de liefde van zijn leven: Anna Batenburg.


Anna Batenburg omstreeks 1939

Dan wordt hij aangewezen om de sergeantsopleiding te gaan volgen. Hij moet daarvoor naar Haarlem, waar hij terechtkomt bij het 12e regiment. Als hij de opleiding succesvol heeft afgerond, gaat Rindert terug naar zijn onderdeel. Hij wordt echter overgeplaatst naar een andere compagnie, die in Sassenheim is gevestigd. Het is inmiddels voorjaar 1940, de narcissen bloeien en Rindert (links, staand) gaat met zijn onderdeel op de foto.

Als op 10 mei 1940 de Duitsers Nederland binnenvallen, vertrekt de compagnie van Rindert Brandsma hals over kop naar Rijnsburg en vervolgens naar de Wassenaarse Slag. Ze overnachten in een paar leegstaande huisjes. Rindert schrijft daarover in zijn boek Herinneringen uit mijn leven:

Eindelijk begon het wat te schemeren. Een nieuwe dag diende zich aan. Wat zou die ons brengen? Het antwoord daarop werd me al gauw gegeven. Niet lang duurde mijn gemijmer. Pang, boem. Pang, boem. Retteketet, retteketetteketet. Wat was dat nou? De ene explosie volgde op de andere. De huisjes dreunden ervan. Het vuren van de mitrailleurs ging steeds sneller. De inslagen volgden elkaar in een steeds sneller tempo op. 'Eruit, we moeten eruit. Hier hebben we geen kans. Allemaal naar buiten!' Zo klonken de bevelen van onze officieren. Een twintigtal moedigen probeerden het. Eén voor één werden ze voor de voordeur neergemaaid. Het lichtend spoor van de lichtspoormunitie vloog razendsnel langs. Inwendige woede over het in hinderlaag lokken van ons nam bezit van me. Ik had de kelder weten te bereiken en speurde door het kleine vierkante raampje naar buiten in de schemering of ik ook een Duitser in het vizier kon krijgen. Niks te zien. Wel kwamen de inslagen van de handgranaten en mortieren steeds dichterbij. Ik kon niet meer denken. Mijn hoofd leek vol zand te zitten. Ik voelde me duf. Wat zou mijn lot zijn? Sneuvelen? Maar dat wilde ik niet. Eruit! Maar hoe? Zo hadden we geen enkele kans op overleven. Ik schreeuwde de jongens toe niet meer te trachten eruit te komen. 'Gooi af je uitrusting. We hebben geen kans!' Ze gehoorzaamden me gelukkig. Alle uitrusting werd op een hoop gegooid. Daarna wist ik met mijn bajonet een stuk witte vitrage van een der ramen te bemachtigen. Dat bond ik aan die bajonet en stak het naar buiten. Al heel vlug kwam een Duitse soldaat met een verbeten gezicht en pistoolmitrailleur in de aanslag voor de deuropening staan. Hij schreeuwde': 'Raus. Alle raus.' Angstig staken we onze handen omhoog ten teken dat we ons overgaven. Buiten gekomen zagen we een paar dozijn van de onzen liggen. Dood. Een zinloze dood.


Wassenaarse Slag: 22 doden (mei 1940)

Rindert en zijn medesoldaten worden krijgsgevangen genomen en na enkele dagen (na de capitulatie van Nederland) vrijgelaten. Het angstige avontuur dat Rindert Brandsma meemaakte, was onderdeel van de slag om vliegveld Valkenburg. Hij zou dat later begrijpen.

Na de capitulatie van het Nederlandse leger in mei 1940 keert Rindert Brandsma weer terug naar zijn ouderlijk huis in Sneek. Al vrij snel wordt hij door zijn werkgever Siemens benaderd of hij weer beschikbaar is om te werken. In zijn boek Herinneringen uit mijn leven schrijft hij later:

Ze vroegen of ik weer voor Siemens wilde gaan werken. Dan moest ik met nog een stel anderen overmorgen al naar Woensdrecht. Dat lag helemaal tegen de Belgische grens in Brabant. De Duitsers hadden daar een klein vliegveld. In de barakken moest elektrisch licht worden aangelegd. Dit was mijn kans. Haastig maakte Mem mijn kleding in orde. Zo ging ik een dag later al op weg. In Leeuwarden trof ik op het station een stel jongens van Siemens aan, die ook moesten. An had ik ook gauw een brief geschreven. Met de trein ging het eerst naar Rotterdam. Daar moesten we overstappen. Lopen van het ene station naar het andere. Boven de stad dreven nog zware rookwolken van de branden, ontstaan na het bombardement. En wat stonk het er! Ik zag niets dan brandende en smeulende huizen. Wel scheen de zon, maar die werd half verduisterd door de rook. Na nog een paar uur sporen waren we, na een lange dag in Bergen op Zoom. Daar moesten we een kosthuis zien te vinden. 't Was al laat in de middag. Toch lukte het wonderwel. Met z'n drieën bij elkaar. Dat was gezellig. Maar het eten was niet best. De kippesoep vertoonde alleen een paar vetkringetjes. De kip had de kostbaas zeker zelf opgegeten. Alleen heet water.


Bergen op Zoom (17 juli 1940), Rindert Brandsma staand uiterst rechts

Omdat in Duitsland alle weerbare mannen in het leger vechten, beginnen de Duitse bezetters in Nederland in 1942 jonge mannen naar Duitsland te sturen om er in de fabrieken te werken. Ook de werknemers van Siemens moeten eraan geloven en in juni 1942 reist Rindert Brandsma met nog honderd andere monteurs per trein af naar Berlijn. Ze worden ondergebracht in een zaal van het oude casino. Overdag werkt hij in de fabriek. Eerst in de gieterij en later op een afdeling waar apparaten worden geijkt.


Rindert Brandsma in Berlijn (2e van links met witte handdoek)

Omdat ongetrouwden pas na een jaar met verlof mogen, besluiten Rindert en Anna te gaan trouwen. Ze doen dat op 5 november 1942 in Lisse.


Trouwfoto Rindert Brandsma en Anna Batenburg

Kort na het huwelijksfeest keert Rindert terug naar Berlijn, maar na zijn volgende verlof duikt hij onder bij boer Kruitbos in Teuge. Daar helpt hij mee met het boerenwerk: rogge dorsen, appels plukken en het vee verzorgen. Na enkele maanden keert hij terug naar Lisse, waar hij uit veiligheidsoverwegingen bij buren slaapt. Overdag werkt hij als klusjesman en opperman.

Na de Tweede Wereldoorlog probeert Rindert Brandsma werk te vinden in Amsterdam. Een familielid van zijn vrouw Anna raadt hem aan bij de politie te solliciteren. Dat doet hij en hij wordt in oktober 1945 aangenomen als hulpagent. Hij krijgt een paar cursussen en wordt de straat opgestuurd. Uniformen zijn er nog niet. De agenten dragen overalls en petjes die ze van het Canadese leger hebben gekregen. Een armband moet duidelijk maken dat ze van het bevoegd gezag zijn. Op de foto staat Rindert op de middelste rij, 2e van links.

Nog maar net bekomen van de crisis- en oorlogsjaren wordt Rindert Brandsma in 1946 opgeroepen om dienst te gaan doen in Nederlands-Indië. Rindert wordt als sergeant ingedeeld bij het 4e bataljon van het 8e regiment infanterie (4-8-R.I.).

Als het onderdeel van Rindert Brandsma in 1947 in Nederlands-Indië aankomt, wordt het in eerste instantie belast met de bewaking van één van de havens van Tandjong Priok. Na enkele maanden worden ze overgeplaatst naar een stelling in de oude demarcatielijn bij het dorpje Kalappangnunggal. Daar doen ze patrouillewerk.


Tandjong Priok 1947 (Rindert uiterst rechts)


Op bezoek in de kampong (1947)

Anna, die met drie kleine kinderen in Amsterdam op een bovenwoning woont, schrijft een brief aan Koningin Wilhelmina om te bepleiten dat Rindert eerder naar huis mag. Op 31 januari 1948 ontvangt ze bericht dat haar verzoek is ingewilligd.

Op 19 maart 1948 wordt Rindert Brandsma met zijn gezin herenigd en pakt hij de draad van zijn werk als politie-agent weer op. Gedurende tien jaar werkt hij bij de Radioauto- en Motordienst.


Met collega 'Rooie Tinus' op de motor (omstreeks 1952)

Als het gezin dat inmiddels zeven kinderen omvat in 1956 naar Geuzenveld verhuist, gaat Rindert op Bureau Lodewijk van Deysselstraat werken. Later werkt hij als brigadier en wachtcommandant aan Bureau Admiraal de Ruijterweg en als adjudant en eindverantwoordelijke voor het Posthuis aan de Stadionweg. Op dit bureau leren jonge agenten die net van de opleiding af zijn van mentoren het vak.

Rindert en Anna wonen met hun acht kinderen inmiddels in Slotermeer. Aan het eind van zijn loopbaan houdt Rindert zich bezig met antecedentenonderzoeken. Op 1 januari 1978 krijgt Rindert Brandsma eervol ontslag en op 28 april van hetzelfde jaar ontvangt hij uit handen van hoofdcommissaris Th.C.J. Sanders namens Hare Majesteit Koningin Juliana de Eremedaille verbonden aan de Orde van Oranje-Nassau in goud.

Na zijn pensionering en nadat de kinderen de deur zijn uitgegaan, verhuizen Rindert en Anna naar Zaandam. Op 5 november 1982 vieren ze met kinderen en kleinkinderen hun 40-jarig huwelijksfeest.


40-jarig huwelijksfeest (5 november 1982)

Tien jaar later -- Anna en Rindert zijn bezig met de voorbereidingen van hun gouden huwelijksfeest -- blijkt Anna ongeneeslijk ziek. Ze overlijdt na enkele maanden op 23 september 1992. Rindert vestigt zich korte tijd later in Veenendaal, waar hij een appartement huurt en niet ver van enkele kinderen af woont. Daar blijft hij wonen tot hij op 29 juli 2004 aan een hartstilstand overlijdt. Rindert Brandsma is 86 jaar geworden.


Rindert Brandsma (2004)

In 1981 heeft Rindert op verzoek van zijn broer Lykele zijn levensverhaal tot dan toe op papier gezet. Het is op deze website te vinden bij Verhalen.

Voor zichzelf heeft Rindert later zijn herinneringen aan het papier toevertrouwd. In 2004 hebben Ruud Brandsma en zijn dochter Madelief er een boek van gemaakt en in eigen beheer uitgegeven. Het boek Herinneringen uit mijn leven is als PDF bij Publicaties in te zien of te downloaden.

Daarnaast bevat deze website vele foto's en documenten uit het leven van Rindert Brandsma.